Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Arbeid en Inkomen

Conferentie voor bewoners zonder betaald werk

Op 7 mei a.s. organiseert het BewonersWeb haar laatste Vervolgconferentie ‘Bewoners aan zet’, in samenwerking met HU Amersfoort.
De centrale thema is: “Welke initiatieven zijn nodig om bewoners die het hardst worden getroffen door gevolgen van baanverlies en armoede te steunen”.

Er wordt gewerkt met twee rondetafel sessies. De eerste bijeenkomst is bedoeld om praktische tips te verzamelen voor de aanpak van arbeid- en inkomensproblematiek.

De vraagstelling luidt: “Welke concrete projecten kunnen we bedenken voor mensen die worden geconfronteerd met baanverlies, werkloosheid en gebrek aan kansen op de arbeidsmarkt, met als doel: het versterken van de eigen kracht; het versterken van hun sociaaleconomische positie en het voorkomen van marginalisering ?”

Bij het tweede rondetafelgesprek staan toekomstige scenario’s centraal die recht doen aan een groeiende bevolkingsgroep die duurzaam verstoken zal zijn van betaalde arbeid, dan wel om uiteenlopende redenen niet in staat is om een positie op de arbeidsmarkt te veroveren.
De vraagstelling die daarbij hoort is: “Welke maatschappelijke en sociaaleconomische innovatie is noodzakelijk om een groeiende tweedeling in de samenleving, langs de grens van betaalde/onbetaalde arbeid, tegen te gaan; en hoe kan de burger daar een innovatieve bijdrage aan leveren?”
Bij de conferentie zijn waarnemers aanwezig van de gemeente en instellingen, die na afloop van de tafelgesprekken commentaar en tips geven.
De conferentie begint om 17.30 uur, op de Hogeschool Utrecht te Amersfoort, De Nieuwe Poort 21. Vanaf 17.00 uur kunnen deelnemers terecht voor soep en broodjes.

De toegang en de catering is gratis.
Er zijn nog een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.
Voor opgave kunt u mailen naar: kerngroepweb@gmail.com

30 april 2014 / door / in ,
Lets Amersfoort

“Als je zelf niets onderneemt, gebeurt er niet zoveel. Verwacht niet dat een systeem actief is als je zelf niet actief bent.”

Interview met Ingrid Tiemens van LETS Amersfoort – Lets staat voor Local Exchange Trading Systems. Op lokaal niveau wisselen mensen goederen en diensten uit, zonder dat daar geld bij te pas komt. Diensten die in de officiële economie zeer verschillend gewaardeerd worden, zijn hier min of meer hetzelfde waard. Ingrid, een van de coördinatoren van LETS Amersfoort, vertelt over het hoe, wat en waarom en de relatie met duurzaamheid.

LETS ontstond lang voordat duurzaamheid een toonaangevend begrip werd, noodgedwongen, niet vanuit een theorie maar in de praktijk. Zo’n 25 jaar geleden verdween een belangrijk deel van de werkgelegenheid in Britisch Colombia, Canada, waardoor veel mensen hun baan verloren. Omdat men geen geld meer te besteden had werd een alternatief ruilsysteem bedacht. Op lokaal niveau werden goederen en diensten geruild. In deze economie werden de verschillende produkten anders gewaardeerd dan in de officiële economie. Er vond een nivellering plaats.

Locale ruileconomie

Het idee van de lokale ruileconomie verspreidde zich als een lopend vuurtje in de Westerse wereld. Het voorzag blijkbaar in een behoefte. Bovendien kon het gezien worden als uitdrukking van gelijkheid, wat het een idealistisch tintje gaf.

In veel Nederlandse steden zijn inmiddels LETS netwerken te vinden. Zo ook in Amersfoort, waar Ingrid Tiemens, die momenteel als dirigent verschillende koren onder haar hoede heeft, een van de coördinatoren is. “LETS werkt met fictieve rekeneenheden”, legt ze uit. “In Amersfoort worden deze kiezels genoemd. Een uur werk is in principe 15 kiezels waard. Het idee is dat je kiezels verdient en uitgeeft binnen het netwerk”.

LETS en duurzaamheid

Hoewel LETS niet is ontstaan vanuit het duurzaamheidsdenken, is het daar makkelijk aan te koppelen. Duurzaamheid heeft volgens Ingrid met bewustzijn te maken: wat zijn de gevolgen van je handelen voor je natuurlijke en sociale omgeving.

“Er wordt in onze maatschappij ontzettend veel verspild. We worden voortdurend geprikkeld te consumeren, zonder dat effect op de natuurlijke omgeving daarbij in overweging wordt genomen”. Het geld moet immers rollen in een soepel lopende economie. Ingrid heeft het over onze wegwerpmaatschappij. Heel gemakkelijk worden spullen waar we op uitgekeken zijn vervangen door iets nieuws. Maar je kunt ook eens stilstaan bij de vanzelfsprekendheid daarvan. Zelf vind ze het juist een uitdaging oude spulletjes weer op te knappen. Binnen LETS worden veel spullen hergebruikt.

Prestatiemaatschappij

Daarnaast is het de vraag hoe gelukkig mensen zijn in onze maatschappij, die ook wel als prestatiemaatschappij wordt getypeerd. Constant moeten we moeite doen in de race te blijven, maskers dragen, onszelf soms verloochenen. Niet alleen spullen, ook mensen worden makkelijk aan de kant gezet, omdat ze net iets anders zijn of, soms al vanaf de veertig, te oud. Ze horen er niet (meer) bij en er wordt niet meer in hen geïnvesteerd. “De vrijheid in onze maatschappij is maar heel betrekkelijk”, stelt Ingrid.

Sociale functie

LETS heeft zeker een sociale functie. “Vaak gaat het helemaal niet om de kiezels”, zegt Ingrid, “als je iets binnen het netwerk doet. Het is prettig je verbonden te voelen door iets voor anderen te doen. Zorg voor elkaar, zonder dat daar direct iets tegenover staat, zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het niet in onze individualistische maatschappij”. Ingrid gelooft in een organische manier van omgaan met elkaar.

Idealen en de praktijk

Toch is wederkerigheid wel een belangrijk uitgangspunt van LETS. “Geven en nemen moeten min of meer in evenwicht zijn. Het kan natuurlijk gebeuren dat iemand tijdelijk niet in staat is te compenseren voor het beroep dat hij op anderen doet. Maar dit mag niet structureel worden. Dat is voor geen van de partijen goed”.
Hoewel ze duidelijke idealen heeft, blijft Ingrid pragmaticus. “Je hebt regels nodig, ook binnen een ‘anarchistische’ beweging. Als er geen grenzen worden gesteld, kan dit ten koste van bepaalde mensen gaan. Zo moet er een administratie zijn van het aantal kiezels dat mensen uitgeven en verdienen. Het is goed om er over te waken dat beiden enigszins in evenwicht zijn. Daarom is binnen LETS Amersfoort besloten dat je niet meer dan 500 kiezels in de min en 1000 in de plus mag staan.” Er is zelfs een bemiddelaar, die in actie komt als het evenwicht verstoord dreigt te worden.

LETS Amersfoort

LETS Amersfoort is een behoorlijk actieve organisatie. Zo wordt er regelmatig gezamenlijk gegeten. Voor wie dat wil, uiteraard. Er is een LETS café en er is elk jaar een groot zomerfeest. Verder worden markten georganiseerd, waar tweedehands spullen kunnen worden aangeboden of waar je je diensten kunt presenteren.

Lid worden

Wie meer wil weten of lid wil worden kan terecht op de website: LETS Amersfoort. Als je op LETS op internet zoekt, vind je ook websites van LETS netwerken in andere plaatsen.

24 april 2014 / door / in
Kruiskamp Onderneemt eigenaar van ‘Witte Vlinder’

Bewonersonderneming Kruiskamp Onderneemt! is na jaren onderhandelen eigenaar geworden van het voormalige schoolgebouw de Witte Vlinder aan de Jan van Galenstraat. KO! wil zich vooral inzetten voor het bevorderen van de wijkeconomie. Op 2 april stond in ‘Amersfoort Nu’ een interview met initiatiefnemers Gemma van der Heijden en Jeroen Fikkers. Klik hier voor het interview.

21 april 2014 / door / in ,
De onbetaalde professional als de nieuwste variant van maatschappelijke uitbuiting

Geen conferentie over de transities zorg en welzijn en participatie, geen beleidsnota over het sociaal domein of de loftrompet wordt gestoken over de ‘nieuwe burger’ die zich dient te transformeren tot hoeder van de leefbaarheid in de buurt, inclusief het doen van boodschappen voor de bedlegerige buurvrouw. En zo ver mijn blik reikt zie ik de burger ook groeien in die rol. Een huis aan huis peiling in mijn wijk waarbij werd gevraagd welke vorm van burenhulp mensen willen bieden dan wel nodig hebben, leverde 75% aanbod en 25% vraag op.
De voorwaarde om zo’n hartverwarmend aanbod te effectueren is het scheppen van een laagdrempelig organisatiekader, dat vraag en aanbod matched. Het organiseren van dat kader is professioneel werk. Als dat ‘staat als een huis’ kan het wellicht op langere termijn aan de burger/vrijwilliger worden overgedragen. Professioneel werk heeft een prijs. Kent u stukadoors en schilders die ’s winters gratis uw huis komen opknappen en daarbij als vanzelfsprekendheid hun eigen gereedschap inzetten?
Wat een retorische vraag lijkt binnen de bouw is in de organisatie van zorg en welzijn eerder regel dan uitzondering. Meer en meer zie ik dat werkloze professionals uit de sector zorg en welzijn en maatschappelijke dienstverlening hun vakkennis onbetaald aanbieden om het kader te scheppen waarbinnen andere vrijwilligers hun bijdrage kunnen leveren. Meer en meer vrees ik dat zij daarmee hun eigen professionele graf graven. Nu al is het vanzelfsprekend geworden dat een kersvers afgestudeerde hulpverlener of social worker onbetaald ervaring gaat opdoen binnen organisaties. Immers zonder ervaring kom je niet aan de bak en een ‘gat in het CV’ moet te allen tijden vermeden worden.

Als professional zet ik mij in voor leefbaarheid in wijken. Daarbij kan ik mijn onderzoek en advies bureau, mijn netwerken en organisatietalent goed gebruiken. Bij burgerinitiatieven, organisaties en de plaatselijke overheid ben ik een graag geziene gast. Tot ik ontdek dat meer dan 80% van al mijn werkzaamheden pro deo worden geleverd en dat het normaal wordt gevonden dat ik zelfs geen onkosten declareer. Kortom mijn maatschappelijk engagement heeft een forse prijs, omdat los van enig verdienmodel zelfs reis, kantoor en telefoonkosten geheel voor mijn eigen rekening komen.
Ik beklaag mij niet, want als pensionado is dit mijn ‘eigen keuze’, en heeft het werk mijn voorkeur boven golfen of glaasjes port drinken bij de open haard.
Wel ben in ik mij bewust dat ik met mijn inzet jongere collega´s wegdruk die hetzelfde werk doen en daarvan moeten leven. Kortom wat individueel een wellicht lofwaardig initiatief is, werkt structureel verwoestend voor een toch al kwetsbare bedrijfstak. Mijn engagement heeft een structurele schaduwkant, omdat overheid en instellingen snel gewend raken aan dit type onbetaalde professionaliteit en het mede kunnen gebruiken als bewijsvoering voor het obligate credo ‘Met minder professionals meer kwaliteit’. Betaalde professionals, dan wel te verstaan.

Hier zit de spagaat. Teveel ontslagen collega’s zetten onbetaald hun werk voort, omdat ze hart hebben voor maatschappelijke groepen die door de werking van de transities en de daaraan gekoppelde bezuinigingen verder dreigen te marginaliseren. En ontnemen collega’s zo het zicht op een betaalde functie. Waar in de bouw worden huizen opgeleverd op basis van de inzet van werkloze bouwvakkers die vrijwillig de klus komen klaren? Wat normaal lijkt in de ene arbeidssector is een lachwekkende gedachte binnen de ander sector.

Onbetaalde beroepsarbeid is in die zin dan ook een moderne vorm van het ‘maten naaien’. En vormt een nieuwe variant van een resistent kapitalistische marktmodel: de dubbele uitbuiting van zowel de onbetaalde als de betaalde professional. Het speculeren op de inzet van professionals zoals ik, komt daarmee in een wrang daglicht te staan. Het credo ‘eigen verantwoordelijkheid’ blijkt onvoorziene gevolgen te hebben voor mijn buurman, die nu al de eindjes niet aan elkaar kan knopen.

Vooralsnog heb ik daar geen goed antwoord op!

11 april 2014 / door / in ,