Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

Columns

Wolven in het bos

Wat bezielt politieke bestuurders om tegen beter weten in vast te houden aan onzalige plannen?

Daar zijn tal van voorbeelden van. Zo wilde ooit iemand een verkeersweg tot midden in de Amersfoortse binnenstad aanleggen. Een ander wilde het Waterwingebied bebouwen. En nu dreigt het al vele jaren oude plan voor de Westelijke Rondweg tot uitvoering te komen.

De organisatie Groen in Amersfoort heeft in de gemeenteraad volstrekt aannemelijk gemaakt dat er geen nut en noodzaak is voor deze weg. Er staan vrijwel nooit files. Sterker, het verkeer is afgenomen sinds het ziekenhuis is verplaatst.

Ramingen over toekomstige verkeersdrukte blijken theoretisch en niet te kloppen. Concrete tellingen heeft de gemeente nauwelijks uitgevoerd, in tegenstelling tot Groen in Amersfoort dat keer op keer vaststelde dat er niet of nauwelijks sprake is van oponthoud op het traject.

En dan moeten er ruim 3.500 grotere bomen verdwijnen, plus nog een hoop kleintjes en struiken. En dat in een periode dat bij meer en meer mensen duidelijk wordt dat bomen belangrijk zijn: bijvoorbeeld om CO2 terug te dringen, voor het maken van zuurstof, voor koelte in de hitte en als gebied waar planten en dieren nog een plekje hebben.

Terug naar de vraag aan het begin van dit stukje. Wethouder Buitelaar houdt – ziende blind en horende doof – onaangedaan vast aan het rondwegplan. ZIJN rondwegplan. En dat laatste, daar gaat het wellicht om.

Ik denk – en daar zijn ook tal van voorbeelden van – dat politici een verhoogde mate van geldingsdrang hebben, alsmede van zelfingenomenheid en betweterigheid. Met als gevolg dat ze vaak niet goed luisteren.

Politieke bestuurders hebben daarnaast idealistische motieven, en vinden bovendien dat ze de gemeenschap iets moeten nalaten wat ZIJ tot stand hebben gebracht. Iets waarvan iedereen tot in lengte van jaren zich herinnert dat het van HEM (HAAR) afkomstig was.

Kortom: ze bedenken een plan. Naarmate de tijd voortschrijdt groeit dat plan in hun hoofd. Het wordt een fantastisch plan. Ambtenaren gaan erin mee, moeten er wel in meegaan, want de wethouder is de baas.

Er komen onderzoeken. Gespecialiseerde bureaus weten wat de wethouder wil weten en horen. Die gaan niet zeggen dat er het nodige op het plan kan of moet worden afgedongen. Hooguit hier een tandje eraf, en elders een tandje erbij.

Het plan legt nog een hele weg af, via de coalitie, de provincie, de NS, ProRail, de eigen politieke partijen, en dan is het grote moment daar: het plan wordt naar buiten gebracht, bij voorkeur in een glossy drukwerkje met veel foto’s, plattegrondjes, historische feitjes, onderbouwingen en meer. Inmiddels zijn er al tienduizenden euro’s uitgegeven van de 67 miljoen.

Vervolgens begint het gehakketak met voorstanders en tegenstanders en zo hoort het ook. Mensen komen op voor hun eigen belangen, voor die van anderen (bomen en zo).

De wethouder en in zijn kielzog het college en de coalitiepartijen houden vast aan ZIJN plan. Zelfs als gaandeweg steeds duidelijker wordt dat er vele haken en ogen zijn, dat het plan het doel verre voorbijschiet, dat er toch wel erg veel bomen moeten worden gekapt, dat het vanwege een tekort aan geld wordt uitgekleed, dat er een enorm verzet is in de stad, en dat er in die stad zo maar deskundigen en onderzoekers blijken te wonen die aantonen dat het plan in die vorm beter niet kan doorgaan.

Maar ja, de wethouder is een politiek bestuurder en heeft – zie boven – zo zijn eigen afwegingen. Wellicht staat hij nog honderd procent achter het plan, maar heel misschien ziet zelfs hij in dat er wel iets op het plan valt af te dingen, ja, dat het misschien bij nader inzien helemaal niet zo’n goed plan is. Eerder misschien wel, maar nu – voortschrijdend inzicht – niet meer.

Op dit punt moet de politiek bestuurder een lastige keuze maken. Het grootste probleem daarbij: angst voor gezichtsverlies. Denkt hij. Maar dat klopt niet. Een mens lijdt geen gezichtsverlies wanneer hij verstandig wordt en ruiterlijk toegeeft dat hij het toch niet helemaal bij het rechte eind had.

Het tegenovergestelde gebeurt: de politiek bestuurder, teruggekomen van de dwalingen zijns weegs, wordt bejubeld en bedolven onder de complimenten. Als ik in Buitelaars schoenen stond, dan wist ik het wel.

Nog twee dingen.

Ten eerste is het helemaal niet zo gek om de spoorbaan te ondertunnelen. Dat maakt op zich al dat het verkeer sneller doorstroomt en het is uiteraard ook veel veiliger. Verder laat je alles zoals het is. Iedereen blij.

Ten tweede: de opstelling van D66 en GroenLinks: die is volstrekt onbegrijpelijk. D66 heeft nog enig recht van spreken omdat onder het vorige college de westelijke rondweg werd uitgeruild tegen het St. Elisabethpark. Maar dat maakt ze geen groene partij. Daar is meer voor nodig.

De argumenten van GroenLinks: er was al een meerderheid en daarom hebben wij ook maar voorgestemd, slaan helemaal nergens op. Zij hadden binnen de coalitie hun principes moeten hooghouden door een minderheidsstandpunt in te nemen. Misschien een idee om terug te komen op die beslissing? Het is een keuze tussen staan voor je idealen en meehuilen met de wolven in het bos.

Kees Quaadgras

Stichting Groen in Amersfoort zet zich in tegen de uitvoering van de zg. ‘westelijke ontsluiting’ van Amersfoort.

9 januari 2019 / door / in , ,
De lege vliegtuigstoel

lege vliegtuigstoelen

Vroeger kwam dat nog wel eens voor; een vlucht met veel lege stoelen. Tegenwoordig gebeurt dat nauwelijks meer. Dankzij organisatie-overstijgende ticketoffices en slimme last minutedeals is de vliegtuigindustrie er in geslaagd om leegstand nagenoeg uit te bannen.

Daar had de vliegtuigindustrie goede redenen voor. Een vliegtuig is erg duur om te maken en te vliegen. Dus elke lege stoel is er één teveel. De hele vliegtuigindustrie is van dat idee doordrongen.

Zo niet onze ruimtelijke sector. In onze steden en dorpen zijn er veel lege vliegtuigstoelen in de vorm van lege kantoren, winkels, schuren, zolders en ander leeg vastgoed. Amersfoort is daar geen uitzondering op. Let er maar eens op, en je zult je verbazen hoe slecht onze gebouwen gebruikt worden. Net zoals vliegtuigen kosten gebouwen veel geld om te maken en te gebruiken. Nog maar te zwijgen over de milieubelasting. Elke lege ruimte is er dus één teveel.

Ongetwijfeld kunnen slimme systemen ons helpen om deze leegstand drastisch te verminderen. Denk aan tijdelijke contracten, innovatieve matchmaking en wellicht ook alternatieve belastingprikkels. Maar de eerst stap is een andere. Dat is die van verbazing en verontwaardiging. Zolang we ons niet kwaad maken over de leegstand en de maatschappelijke schade die daarmee samenhangt, zal er niks wezenlijks veranderen. Leegstand is geen natuurverschijnsel, maar een vorm van collectieve gemakzucht en achteloosheid.

Marc van Leent

13 maart 2017 / door / in ,
De War en de raad

Amersfoortse raadsleden: gehaaid of amateurs ?
column door Kees Quaadgras

Als het niet zo droevig en stuitend was zou je bijna moeten lachen om de klungelige manier waarop enkele Amersfoortse politici het wegstemmen van kunst- en innovatiecentrum De War goed proberen te praten, geschrokken als ze zijn van de kritiek op hun stemgedrag, en ongetwijfeld uit vrees voor minder stemmen bij de volgende verkiezingen.

Maar eerst de gemeente Amersfoort: die roeptoetert al jaren over de zegeningen van participatie en eigen initiatief van burgers, de kracht van de stad, faciliteren en cultureel ondernemerschap. De praktijk is anders: wel woorden, geen daden. Ook niet als er ruim vierhonderd mensen komen demonstreren en er een voor De War gunstig rapport ligt. Daar over later meer.

Dan Bart Huijdts, fractie-voorzitter van D66 die ‘echt heel positief staat tegenover broedplaatsen, en zeker de activiteiten zoals De War doet’. D66-collega Dirk-Joost van Hamersveld heeft ‘de principes van De War hoog in het vaandel staan’. De War staat zelfs als te behouden organisatie in het partijprogramma van D66.

Toch stemden zeven van de negen leden van deze grootste fractie in de gemeenteraad tegen De War. Volgens Van Hamersveld moest dat wel, want: “D66 staat ook voor een goed en betrouwbaar stadsbestuur.”

Goh.

Van Hamersveld legt uit hoe die ‘betrouwbaarheid’ werkt: “De afgelopen tijd zijn er diverse democratische keuzes gemaakt. Zowel het afstoten van gemeentelijk vastgoed voor een marktconforme prijs, als het niet langer toestaan van de voorkeurspositie van De War is goedgekeurd door de raad. Dit geldt ook voor het in stelling brengen van maatschappelijke waardebepaling bij de aanbesteding van maatschappelijk vastgoed. De raad is niet kritisch geweest toen het college de aanbestedingsprocedure presenteerde. De War heeft meegedaan aan de aanbesteding en heeft niet gewonnen, dat is heel erg jammer. Maar als de procedure goed doorlopen is, dan hebben we dat in een democratie ook te respecteren. Wij vinden dat het college op de juiste wijze heeft gehandeld.”

Ja, ja. Zelf niet opletten, daardoor domme beslissingen nemen, vervolgens stellen dat de procedure wel goed en democratisch is verlopen, maar er niet op terugkomen, zelfs niet nadat VVD-wethouder Buijtelaar liet weten dat dit – zonder juridische trammelant – nog mogelijk was.

Volgens de D66-heren kon er toen puntje bij paaltje kwam – helaas, helaas – niet meer voor De War worden gekozen. Tegenstemmen had geen zin. Zeiden ze achteraf.

Maar als dat zo is, waarom stemden er dan toch twee D66’ers voor De War ? Dat had toch geen zin ? Of… ? En als er twee voor stemmen, dan hadden er toch ook wel drie voor kunnen stemmen ? Of vier ? Of vijf ? Dan had De War zo maar kunnen blijven.

“We hebben”, zegt Van Hamersveld nog, “met z’n allen afgesproken dat we de activiteiten van De War onderschrijven en we ons daar allen, raad en college, hard voor blijven maken.”

Tja, wat is een belofte hier nog waard? Sterker, het is helemaal geen belofte, maar een loze opmerking.

Dan Louis de la Combé, fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid. Op verzoek van kunstenaar Ron Jagers schreef hij een artikel over Jagers’ vraag of Amersfoort kunstproducenten binnen zijn grenzen nodig heeft. Volgens Jagers zorgt de stad wel voor kunsteducatie en -presentatie, maar niet voor kunstenaars.

Na veel uitwijden over kunsteducatie (Scholen in de kunst), kunstpresentatie (musea, de Flint, De Lieve Vrouw), cultuur in de bibliotheek en de Stichting Sint Nicolaas Vathorst komt De la Combé tot de conclusie dat er inderdaad helemaal niets naar beginnende kunstenaars gaat.

Vervolgens zegt De la Combé – die met zijn club ook tegen De War stemde – dat de heersende opvatting bij recente discussies is dat er serieuze investeringen en broedplaatsen nodig zijn omdat mogelijkheden voor verdieping en experimenten niet voorhanden zijn.

Natuurlijk had De War hier een aardige rol kunnen spelen, maar ja, maar ja, niet dus, met dank aan D66, PvdA, VVD en ChristenUnie.

Laten we eens naar de centen kijken. Als De War het huidige pand had mogen kopen was de gemeente 260.000 euro misgelopen. Immers projectontwikkelaar Rovase betaalt een dik kwart miljoen meer dan De War.

En wat hadden wij burgers in de gemeente Amersfoort voor dat bedrag gekregen ? Veel Amersfoorters weten zelf het antwoord wel. De gemeenteraad had het ook kunnen weten, want op 13 december presenteerde ondernemer Herman Dummer een rapport van het Leidense adviesbureau Blaauwberg.

Daar in staan veel positieve dingen. Een selectie:
– voor 260.000 euro houdt Amersfoort een goed functionerende, breed gedragen en economisch zelfstandige incubator (broedplaats) in huis. De investering zou zelfs tot nul kunnen wordt teruggebracht door de grond waar De War op staat in erfpacht te houden: de waarde blijft daarmee in de boeken van de gemeente staan
– Een keuze voor behoud van De War op de huidige locatie is een keuze voor de identiteit van een kennisstad. Met een aantrekkingskracht voor talenten van binnen en buiten, met een adaptatievermogen voor alles wat die talenten meenemen en met ontplooiingsmogelijkheden voor een diversiteit aan mensen.
– De War heeft zich in zijn huidige gedaante al bewezen als gemeenschapsvoorziening. Er zijn dagelijks talloze activiteiten, er zijn  spontane en gestructureerde samenwerkingsrelaties met tal van organisaties in economie, cultuur, sociaal domein en onderwijs, er zijn honderden mensen die de weg weten te vinden, er zijn internationale bezoekers.
– Ook economisch is De War een gegeven. Er wordt huur betaald, er is geen subsidie-afhankelijkheid.

Herman Dummer zei het nog bij de presentatie: “De War is van grote economische waarde voor Amersfoort, ook vanuit nationaal en internationaal perspectief. Je zou die waarde moeten meenemen in je besluitvorming.” Dummer bleef niet zozeer een roepende in de woestijn, maar zijn toehoorders waren Oost-Indisch doof.

Of was er iets anders aan de hand ? Iets waarvan wij geen weet hebben ? Zo is nooit exact duidelijk geworden waarom De War als laatste van vijf eindigde bij het indienen van plannen.

Had het er mee te maken – even een beetje speculeren – dat Rovase en anderen een gelikt plan indienden waarmee dit stuk stad esthetisch zou zijn opgewaardeerd ? Het valt immers niet te ontkennen dat het bij De War een gezellig rommeltje is, dat niet direct het oog streelt.

In het laatste geval heeft het gemeentebestuur – wethouders en coalitiepartijen samen – het slim gespeeld, zonder zelf al te veel in te boeten op status. Volgens sommigen hield D66 zelfs nog een beetje de eer hoog door twee stemmen aan De War te geven. Dat zou wel zeer gehaaid zijn.

Als er geen sprake was van een vooropgezette strategie om het eigen plan door te drijven, dan is te concluderen dat een flink aantal raadsleden amateuristisch te werk is gegaan. De grote fout werd hier boven door Dirk-Joost van Hamersveld zelf gemeld.

In beide gevallen zou er sprake zijn van een gemeenteraad die de stad en haar burgers niet verdienen.

En nu? Kan De War misschien een plek krijgen in het gebied van de Wagenwerkplaats ? En kan de gemeente dat misschien faciliteren ? En kan er tegen die tijd – voorjaar 2018 – een betere raad komen ?

9 januari 2017 / door / in , , ,
Meedoen met de doe-democratie! Een feestje voor wit Amersfoort ?

Column van Daan Vosskuhler
De burger mag participeren. Of beter nog hij/zij moet participeren. Tenminste als je trouw bent aan de beleidslijnen die de overheid heeft uitgestippeld om de burger te betrekken bij de vormgeving van de bestuurlijke vernieuwing die alom wordt gepredikt. Het vormt het domein van de ‘civil society’. Dat Amerikaanse begrip laat zich omschrijven als : het geheel van verschillende vormen van samenwerking van burgers, naast markt en staat, in de vorm activiteiten, organisaties en informele verbanden. Ook wel het ‘maatschappelijk middenveld’ genoemd.

Critici van de participatiedemocratie zijn van mening dat de ruimte die wordt geboden of opgeëist door de actieve burger om op belangrijke leefgebieden directe invloed uit te oefenen leidt tot een vergroting van de afstand tussen de sociaaleconomische krachtige (midden)lagen en een groeiende groep kansarmen aan de onderkant van de maatschappij. Kortom: de participatiemaatschappij zou contraproductief werken rond het thema: gelijke kansen voor iedereen.

Uitsluitingmechanismen
De vraag hoe deze tendens kan worden omgebogen naar een ‘civil society’ met minder uitsluitingmechanismen blijft op voorhand onbeantwoord.
Neem Amersfoort. Als ik kijk naar smaakmakende activiteiten binnen de doe-democratie, of het nu een G 1000, een ‘Samen maken we de stad’ of de bewonersbijeenkomsten rond de nieuwe Sociale Basis Infrastructuur betreft, het beeld van een exclusief ‘wit feestje voor de hoger opgeleiden’ dringt zich heel nadrukkelijk op. Dan helpt het niet om op de uitnodiging voor een activiteit te vermelden dat ook ‘Nieuwe Nederlanders’ van harte welkom zijn.

Ver van mijn bed show
Nu geldt voor het overgrote gedeelte van de stadspopulatie dat participeren in de doe-democratie een ‘ver van mijn bed show’ is. De interesse in de lokale politiek is gering, mede dankzij de sterk gekleurde berichtgeving in lokale media, die geen kans onbenut laten om alleen de bestuurlijke missers zoveel mogelijk uit te vergroten. En dat meer vanuit het streven naar een positief bedrijfsrendement dan vanuit de intrinsieke behoefte de burger breed te informeren over het groeiende palet van initiatieven binnen de civil society.
Maar ik dwaal af. Mijn intentie is niet het ‘witte feestje’ van de doe-democatie in diskrediet te brengen. Zelf ben ik immers een van de feestgangers, die zich verwarmt aan de inzet van betrokken burgers om mij heen. Mijn vraag is veeleer hoe we een bredere groep stadsgenoten kunnen bereiken op basis van voor hen herkenbare thema’s.

Ontmoeting
Die thema’s komen alleen bovendrijven als wij stadsgenoten die in een geïsoleerde of marginale positie zitten actief opzoeken.
En luisteren naar hun verhalen. De eerste stap is ontmoeting. Daaruit ontstaat de dialoog die duidelijk maakt waar mensen behoefte aan hebben als het gaat om het verbeteren van het leefklimaat in hun directe omgeving, ter verhoging van de kwaliteit van hun bestaan.
Op basis van gezamenlijk behoeften kan een buurtklimaat ontstaan, waarin bewoners zich dan aangesproken voelen om een concrete bijdrage te leveren. Het is de kunst om een individueel beleefde urgentie tot een collectief proces te transformeren. De netwerken die zo ontstaan rekenen ook af met de vaak heersende opvatting in kwetsbare buurten dat iedere vorm van bewonersinzet verspilde energie is.

Garagebox
Bovenstaande werkwijze vraagt om een kleinschalige en intensieve aanpak. En is gebaat bij laagdrempelige ontmoetingsplekken. Dat kan een wijkcentrum zijn zoals het “Klokhuis’ in de wijk Randenbroek, een buurttuin of ‘ontmoetingsgericht samen eten’ zoals Resto van Harte deze in meerdere wijken organiseert. Maar ook de garagebox die zich naast sleutelwerkplaats als informele ontmoetingsplaats voor bewoners van een flat ontwikkelt past in dit rijtje.
Dan blijkt ook dat bewoners wel degelijk gemotiveerd zijn om de verbinding te zoeken met medebewoners. Er is immers geen andere weg om de angst voor de ander tegen te gaan, dan door elkaar te ontmoeten. Een proces dat door het kleinschalige karakter buiten de directe leefomgeving veelal nog onbelicht blijft.

‘Sociaal verbinders’
Meer dan ooit hebben buurten en wijken behoefte aan de inzet van actieve burgers die als ‘sociaal verbinders’ het cement vormen tussen de losse stenen. Het huidige professionele welzijnswerk is door tunnelvisie en bezuinigingen te zeer gemarginaliseerd om hier nog een substantiële rol van betekenis in te spelen. Daar waar met vallen en opstaan wordt geëxperimenteerd met gemeenschapszin in de letterlijke betekenis van het woord: het zin hebben in het vormen van een sociaal verbonden gemeenschap, wordt de doe-democratie dan een breder gedragen feest.
Hier ligt volgens mij de komende jaren de grootste uitdaging voor de ‘civil society’.

7 juni 2016 / door / in
Werken uit-nood-en-deugd-geboren transities wel?

Column van Daan Vosskuhler

“Van de nood een deugd maken”, luidt het spreekwoord.
Het getuigt van een oer Nederlandse mentaliteit om vanuit de beperking de uitdaging te zoeken, waardoor een positief perspectief wordt geschapen om een problematische situatie te kantelen.

Moeizame transitie
Een mentaliteit die ons land letterlijk en figuurlijk op de kaart heeft gezet, als kwetsbaar kunstland dat een antwoord moest vinden op de bedreigingen vanuit de zee en rivieren.
Dankzij de kunde en technologie die daarbij ontwikkeld werden, zijn we nu een belangrijke speler in het versterken van kwetsbare kustgebieden op alle continenten.
Wat ooit begon als kwetsbaarheid transformeerde zich tot een kwaliteit die alom respect afdwingt.
Ik zou wensen dat dit ook zou gelden voor de moeizame transities binnen het sociaal domein.
Geboren uit de noodzaak om ingrijpende bezuinigingen door te voeren in de sector welzijn+ zorg, werd de legitimatie van dat proces gezocht in ‘meer kwaliteit voor minder geld’, gekoppeld aan de wens dat de burger meer ‘zelfredzaam’ zou worden.
Een opmerkelijke combinatie van top-down systeemdenken en het speculeren op een noodzakelijke mentaliteitsverandering in de leefwereld van de burger.
Het zijn twee buren die vanuit een totaal verschillende achtergrond elkaar moeizaam weten te vinden, terwijl de verwachtingen omtrent hun samenwerking hooggespannen zijn.

Sprong voorwaarts
Neem nu de nieuwe SBI ( Sociale Basis Infrastructuur) aanpak voor de wijken van Amersfoort, die door de gemeente in een zeer korte tijd wordt geïntroduceerd.
Het gaat hierbij om de verbinding tussen de inzet van informele bewonersnetwerken, die actief zijn rond het leefklimaat in buurt en wijk en het werk van de basisprofessionals, zoals sociaal werkers, wijkagenten, leerkrachten en wijkambtenaren. Daarbij wordt de bestaande financiering van het welzijnswerk in de wijken per 1 januari 2017 stopgezet. Actieve bewoners gaan vervolgens samen met de professionals wijkplannen maken die per jaar aangeven waar de inspanningen rond (informele) welzijn+zorg het meest noodzakelijk zijn. Om daarbij ook te bepalen wie dat werk gaat uitvoeren. Op papier een enorme spong voorwaarts in vergelijk met de huidige situatie waarin de welzijnsinstellingen de dienst uitmaakten en bepaalden hoe zij hun professionals in de wijken wilden inzetten. De coördinatie van dat geheel komt in handen van een nieuwe organisatie. Daarvoor is een open aanbesteding in het leven geroepen, die met sneltreinvaart voor de zomer van 2016 wordt afgerond.
Opvallend veel organisatie van buiten Amersfoort doen aan deze aanbesteding mee.
Immers los van de financiële verdiensten is het een klus met een hoog innovatief gehalte, waarmee ook landelijk goede sier kan worden gemaakt.

Bovenwijkse samenwerking
Wie verwacht dat vanuit de actieve wijkbewoners direct na het lanceren van de eerste plannen, eind 2016 , een stroom van initiatieven op gang zou zijn gekomen om te onderzoeken op welke wijze bewoners willen participeren binnen deze veelbelovende transitie, komt bedrogen uit.
Voor veel bewoners is de complexiteit van deze transitie, die gevolgd kan worden op de site van de gemeente eenvoudig te ingewikkeld.
Wat niet wegneemt dat zo’n 95 actieve bewoners uit de meeste wijken van Amersfoort inmiddels aan drie SBI bijeenkomsten hebben deelgenomen. Een positieve opbrengst van die bijeenkomsten is de wens van de wijken om hecht te gaan samenwerken om de stem en de invloed van de burger binnen de nieuwe wijkgerichte aanpak stevig te organiseren. Kortom: een bovenwijkse samenwerking wordt essentieel geacht om van de nieuwe SBI aanpak een succes te maken.
Een logische consequentie van die wens wordt op 11 mei a.s. gevonden in een bijeenkomst waarin bewoners met organisaties die deelnemen aan de aanbesteding voor de coördinatie in gesprek gaan, om vervolgens een advies uit te brengen over welke partij(en) hun belangen het best kan/ kunnen behartigen.
U bent als bewoner van harte welkom op 11 mei a.s. in buurthuis De Nieuwe Sleutel, Noordewierweg 252-1, van 19.00-21.30 uur. Opgave van deelname is gewenst op: burennetwerkschothorst@gmail.com

10 mei 2016 / door / in , ,
Idols voor wijkbewoners! Laat jij jouw stem horen?

Door Daan Vosskuhler

Onlangs zei een actieve bewoner, toen we het hadden over de staalkaart aan uiteenlopende activiteiten die hij met een dapper ploegje medestanders in zijn wijk organiseert: “Als ik op een bijeenkomst begin over de participatiesamenleving loopt de halve zaal leeg”.
Dat was midden in een gedachtewisseling over de vraag hoe burgerinitiatieven in een buurt of wijk zich kunnen verbreden, omdat de dagelijkse praktijk vaak neerkomt op een of twee gangmakers die met een bescheiden achterban de kar proberen te trekken.

# In de buurt
Maar er zijn ook lichtpuntjes, zoals het nieuwe gemeenteprogramma van #In de buurt, ook wel de Sociale Basis Infrastructuur (SBI) genoemd, waarmee de gemeente Amersfoort een gedurfde stap zet om het welzijnswerk in de wijken een geheel nieuwe impuls te tegen. Niet de bestaande instellingen bepalen daarin wat de prioriteiten zijn, die ze vervolgens zelf gaan uitvoeren, maar de stem en de invloed van de wijkbewoner wordt mede bepalend binnen de wijkplannen, die per jaar aangeven wat de thema’s zijn waaraan wordt gewerkt en wie de klus moet doen. Op die wijze wordt het werk van informele bewonersnetwerken rond het geven van informatie, ontmoeting en informele zorg en aandacht verbonden met de inzet van wijkprofessionals.

Bewonersinzet
Denk daarbij aan een goede informatieve wijkwebsite of Facebook pagina, die aangeven wat er allemaal in een wijk te vinden is aan voorzieningen en initiatieven, het draaien van een buurthuis op basis van bewonersinzet, het opzetten van een burenhulpdienst, of het onderhouden van een buurttuin als hart van informele ontmoeting. Allemaal zaken die bewoners zelf kunnen organiseren, terwijl de wijkprofessionals, waarmee ze samenwerken, zoals sociaal werkers, wijkagenten, docenten in het onderwijs en medewerkers van corporaties de klussen doen die je niet naar vrijwilligers moet afschuiven.

Professionele bewoners
Tussen die twee lagen zou dan ook ruimte moeten komen voor wat ik voor het gemak de ‘hybride vormen van buurt en wijkinzet’ noem. De mogelijkheid om ‘professionele bewoners’ of de in de wijk werkzame ZZP-ers te betalen voor hun inzet. Veel van hen hebben immers een dagtaak aan het ‘werken aan de wijk’ en bieden kwalitatieve diensten die niets meer te maken hebben met vrijwilligerswerk. Daarmee wordt de traditionele scheiding tussen professionals en gekwalificeerde bewoners (lees: de vrijwilligers) doorbroken. Komt er meer ruimte voor maatwerk en ontstaat een groeimodel waarin buurten en wijken in toenemende mate leren zelfstandiger te opereren rond leefbaarheid en sociale samenhang.

Toekomstmuziek
Maar vooralsnog is dit toekomstmuziek, omdat iedere ingrijpende koerswijziging zal stuitten op weerstand van de bestaande instituties, die hun voortbestaan in gevaar zien komen. Maar ook voor de gemeente betekent een fijnmazigheid aan vele – betaalde- lokale initiatieven dat de regie gecompliceerd dreigt te worden, waar voorheen alleen zaken gedaan hoefde te worden met een vaste club van instellingen. Daar heeft #In de buurt wat op gevonden. De gemeente geeft de regie binnen de nieuwe werkwijze uit handen door in zee te gaan met een private coördinerende partij. En daarvoor is een ´tender´, een openbare aanbesteding, uitgeschreven. Op een informatieve gemeentebijeenkomst over die nieuwe coördinatie kwamen z´n 30 stedelijke en landelijke organisaties opdraven. Een onafhankelijke Adviescommissie van negen ´anonieme´ Amersfoorters krijgt nu de pittige taak om uit al de aanbieders de beste partij te kiezen.

Idols
Omdat samenwerkende wijkbewoners op die wijze geen directe invloed kunnen uitoefenen op de keuze van die coördinerende partij, hebben ze creatief gekozen voor de indirecte aanpak. Instellingen/ organisaties die meedoen aan de aanbesteding worden door de bewoners uitgenodigd om hun plannen en werkwijze te presenteren. Op basis van die happening , zie het maar als een variant op Idols, wordt dan een advies uitgebracht aan……de Adviescommissie van wijze mannen en vrouwen.
Vergeet het woord participatie, maar ben je nieuwsgierig geworden kom dan op 11 mei a.s. naar buurthuis de Nieuwe Sleutel, Noordewierweg 252-1 waar de Idols- bijeenkomst plaats vindt van 19.00-21.30 uur. Wel even van te voren jouw komst melden: burennetwerkschothorst@gmail.com

( Wil je meer weten van de # in de buurt plannen. Kijk dan op de gemeentesite)

9 mei 2016 / door / in , ,