De kunst van het ‘niet weten’

De kunst van het ‘niet weten’

Als je midden in een hype zit, bijvoorbeeld die rond de ‘doe democratie’, maak je voor je het goed en wel beseft deel uit van een genootschap van ‘believers’.
‘Believers’ zijn gelovigen, zonder kerk, maar met vaste overtuigingen, een specifiek taalgebruik en soms uiterlijke kenmerken zoals kleding of andere specifieke cultuuruitingen.
Het is prettig om ‘believer’ te zijn, je hoort ergens bij, zit nooit zonder een gespreksonderwerp en hebt een verklaring voor zaken waar je anders slechts vraagtekens bij kunt zetten.
Als ‘believer’ houd je tijd over omdat je nooit aan waarheidsvinding hoeft te doen, wat in de regel een tijdrovende bezigheid is. Je kiest immers het medium of het rolmodel dat jou voortdurend voedt met meer van hetzelfde, hetgeen ook nog eens wordt versterkt door de geestverwanten om je heen.
Nu heb je ‘believers’ in alle soorten en mate. En sommigen maken het zich wel heel gemakkelijk.

Hemel en aarde
Neem nu de ‘new age’ beweging, die bij iedere belevenis of gebeurtenis kan verwijzen naar het gegeven dat ‘er meer is tussen hemel en aarde’ als ultiem verklaringsmodel. De hele wereld kan van conflicten oorlogen en uitbuiting bijna ontploffen, maar in de sterren staat dat wij in een fase zitten van een ongekende spirituele verdieping en bloei.
Bij de ‘believers’ rond de ‘doe democratie’ ligt het allemaal wat genuanceerder, hoewel ik ook hier het ongefundeerde optimisme tegenkom van het geloof in een nieuwe samenleving. Daar wil ik niet geringschattend over doen, omdat het hebben van een perspectief op beter of anders onlosmakelijk is verbonden aan het vooruitgangsgeloof dat wij sinds de Renaissance koesteren.
En waar hoop is, is leven. Zeker voor al die initiatiefnemers die hopen met hun werk uiteindelijk betaald ondernemer te worden.

Maatwerk en kwaliteit
De initiatieven die ik ken, die ik bezocht heb, hebben overduidelijk een kenmerk gemeen. Ze zijn wars van verlammende bureaucratie en ontwikkelen producten dichtbij en vaak samen met de burger. Zo ontstaat het maatwerk en de kwaliteit die door de geïnstitutionaliseerde instellingen wel beleden maar vaak niet waar gemaakt kunnen worden.
Maar waar die instellingen – nog- beschikken over subsidies, moeten burgerinitiatieven het hebben van eigen, vaak bescheiden middelen of alternatieve geldstromen zoals fondsen of crowdfunding.
En hoewel de overheid volop de noodzaak van de ‘doe democratie’ predikt, in het kader van bestuurlijke vernieuwing en de noodzaak van een nieuw burgerschap, zie ik dat de ‘facilitering’ van burgerinitiatieven fors achterblijft.

Beperkte middelen
Begrijpelijk gezien de beperkte middelen van de lokale overheid die met veel minder geld meer kwaliteit moet gaan leveren bij de uitvoering van de grote Transities en zelf nog volop worstelt hoe de veronderstelde mentaliteitsverandering er – ook binnen de eigen geledingen- uit moet zien.
Deze beperking vormt echter een serieuze bedreiging voor het groeipotentieel van de lokale bloemen die gaan bloeien op het veld van de burgerparticipatie, en die geen bestaansrecht hebben zonder vormen van coproductie met de overheid.
En daar wringt bij mij de schoen, omdat het ongebreidelde geloof in de ontwikkeling van de maatschappelijke betekenis van het burgerinitiatief, bij het gedetailleerde onderzoek van de omvang en werking ervan, de nodige groeistoornissen laat zien.

Toekomstvisie
Dat zou reden moet zijn voor een diepgaande dialoog over de vraag wat van de kant van de overheid de noodzakelijke beleidsimplicaties moeten zijn, om de veel geroemde ‘doe democratie’ ook materieel een kans van slagen te geven. Een dialoog die moet uitmonden in helder beleid, met een toekomstvisie en harde cijfers, opdat de zich ontwikkelende burgerinitiatieven weten waar ze aan toe zijn. De beste manier daartoe is het loslaten van de hype en het gaan denken en onderzoeken vanuit de optiek van ‘het niet weten’.
De fase van ideologische prietpraat is voorbij. Daarvoor is het thema veel te belangrijk.

Delen
10 augustus 2015No comments

Geef een reactie