Een buurtcentrum zonder subsidie, maar mét bewoners

Hoe bouw je zonder subsidie een buurtcentrum op? Een plek waar alles afhangt van het eigen initiatief van bewoners?

Door Daan Vosskuhler
De lezenswaardige site socialevraagstukken.nl heeft een nieuw item. In de rubriek ‘sociale praktijk’ zijn praktijkverhalen van jonge professionals uit de sector welzijn en zorg te lezen. Zo ook de poging om in Haarlem een buurtcentrum op basis van zelfbeheer door bewoners van de grond te tillen. En dat blijkt geen eenvoudige zaak.
Nu hebben we in Amersfoort momenteel vier van deze ‘casussen’: het Klokhuis, de Neng, ’t Middelpunt en wijkbedrijf ‘De witte vlinder’, waarbij de eerste het pionierstadium achter zich gelaten heeft.  Loop er eens binnen om direct te ervaren hoezeer zo’n laagdrempelige ontmoeting en activiteitencentrum voorziet in de behoefte van een wijk.
Door het gehele artikel over het Haarlemse buurtcentrum loopt de zoektocht naar de vraag wat welzijnswerk ‘nieuwe stijl’ is. Het is, althans in de literatuur op dit gebied, de tijd van het ‘nieuwe denken’. Welzijnswerk zou in het verleden te bevoogdend zijn geweest, initiatieven te zeer in eigen hand hebben gehouden en de burger als onmondige consument hebben gezien.
In het ‘nieuwe denken ís de burger aan zet en onderzoeken de professionals hoe zij deze kunnen faciliteren, zonder het werk van de burger over te nemen. Afgezien van het feit dat ik vele professionals ken, die al jaren niets anders deden, ging bovengenoemde ‘mindset’ ook gepaard met het ontslaan van  de meeste buurtwerkers. En daarmee is in feite sprake van een ‘gedwongen overname’ van essentiële voorzieningen in buurten en wijken door de actieve burger. Van die actieve burgers wordt in feite niets meer en niets minder gevraagd dan dat zij zich als onbetaalde professionals gaan ontwikkelen. Het runnen van een buurt of wijkcentrum is immers een professionele klus, die een breed scala van uiteenlopende vaardigheden vraagt.

Oude denken

Het Haarlemse initiatief heeft de handicap dat er geen bestaand buurthuis werd overgenomen, maar een leegstaand gebouwtje. Het plan daar een buurthuis van te maken ontstond ook niet bij buurtbewoners , maar kwam uit de koker van een directeur van een zorginstelling. Daar lijkt niets mis mee, maar vormt helaas wel een stijlfiguur uit het  ‘het oude denken’. Deze ‘valse start’ tekent ook het vervolg van het project.
Wat te denken van dit citaat:” Maar zijn er wel genoeg actieve bewoners die burgerprojecten willen dragen? Daar gaan we als het goed is langzamerhand achter komen” en “In het beginfase van het project zijn we begonnen met organisaties in Haarlem te benaderen en met ze in gesprek te gaan”.
Oude wijn in nieuwe zakken. Pijnlijk wordt het als er wordt nagedacht over de feestelijke opening van het centrum: “Zo hadden we een grote opening gepland,maar hebben we hier later vanaf gezien, omdat dit allerlei verwachtingen schept bij bewoners en de ‘oude’ manier van denken stimuleert”. Het gevolg is een buurtcentrum zonder veel bezoekers, met  vrijwilligers die weglopen omdat er zo weinig te doen valt.
Het is goed om te lezen, dat buurtbewoners na een periode van “Wennen en geduld hebben” het centrum toch weten te vinden en er steeds meer activiteiten worden georganiseerd. Dat is wel te danken aan enkele volhouders, die zich echter veel startproblemen hadden kunnen besparen. En het is gemakkelijk om wat lacherig te doen over de Haarlemse verwarring rond ‘oud en nieuw’ denken. Om me heen zie ik namelijk met regelmaat hetzelfde gebeuren.
Wat te denken van een ‘burgerkrachtbrigade ‘die in Amersfoort ongevraagd beginnende buurtinitiatieven moet gaan ondersteunen en trainen. Niet echt een idee uit de hoek vanuit  bewonersinitiatieven, maar eerder uit de koker van ‘oud’  instellingsdenken verpakt in een modieus jasje.  En daar zal ook wel een bijbehorend prijskaartje aan hangen.

Renee Snijder: www.socialevraagstukken.nl/site/sociale-praktijk/een-buurtcentrum-zonder-subsidie-maar-met-bewoners”

Schermafbeelding 2014-05-15 om 12.14.03