Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type
Nieuws/Achtergrond
De ‘Witte Vlinder” ondergaat complete metamorfose

Dat vlinders van een onooglijke pop transformeren tot fascinerende schepselen is geen nieuws.

Voor:
KO11

Voor de “Witte Vinder’, het nieuwe wijkeconomie project in Kruiskamp moeten we een uitzondering maken. Was het voormalige schoolgebouw een jaar geleden rijp voor de sloop, nu kan het de trots van de wijk genoemd worden. Maandenlang was er al geklust door vrijwilligers, die het pand een nieuwe wijkfunctie willen geven.

Met de hulp van het RTL4 programma ‘De klusbrigade’ werd vrijdag en zaterdag 11 en 12 juli op indrukwekkende wijze de laatste hand aan de transformatie van het pand voltooid. Een groep vrijwilligers, aangestuurd door professionals van het RTL programma hebben in twee dagen het uiterlijk en het interieur van het pand een geheel nieuwe uitstraling gegeven. De buitenkant is geheel geschilderd, en de foyer van het nieuwe centrum is voorzien van een nieuwe keuken, houten banken, sfeerverlichting en vloerbedekking. Dankzij bemiddeling van Croqqer, een innovatief project (uit Amersfoort) dat burgers verbindt die elkaar willen helpen met klusjes, werden de ‘Klusbrigade’ en de Witte Vlinder aan elkaar gekoppeld.

NA:
KO7

Croqqer is hoofdsponsor van het RTL programma, dat in Aflevering 7, op 10 augustus a.s. de beelden toont van de werkzaamheden rond de ‘Witte Vlinder’.
Bij de feestelijke opening van het op pand was onder meer wethouder Bertien Houwing, die onder meer Burgerinitiatieven in haar portefeuille heeft, aanwezig (zie het interview met haar op deze site).

Gemma van der Heijden, een van de gangmakers van het project, kon na twee uitputtende dagen naar huis gaan met de complimenten van vele wijkbewoners en gasten.
De ‘Witte Vlinder’ is een inspirerend voorbeeld van hoe bewoners zich willen inzetten voor het leefklimaat in hun wijk, gecombineerd met loonvormende activiteiten, onder meer door startende ondernemers van een betaalbare werkruimte te voorzien.

De ‘Witte Vlinder’ is een project van Kruiskamp Onderneemt, Van Galenstraat 30.

SFEER IMPRESSIE:

DSC04644-001 KO8 CornelisMet Evelyn

 

14 juli 2014 / door / in
Opnames RTL4 “De Klussenbrigade” bij Kruiskamp Onderneemt.

Op de digitale versie van De Stad Amersfoort is het volgende persbericht te lezen
LEZERSNIEUWS Door: Jerphaas Donner

Vrijdag 11 en zaterdag 12 juli komt het RTL4-programma “De Klussenbrigade opnames maken bij gebouw De Witte Vlinder van het bewonersbedrijf Kruiskamp Onderneemt!. Voor het programma zal een ploeg klussers samen met vrijwilligers uit Kruiskamp een aantal klussen onderhanden nemen. Zo wordt er onder andere een nieuwe keuken geplaatst en zal de buitenmuur onder handen worden genomen.

Cornelis de Maijer van buur-tot-buur klussen platform Croqqer.com heeft RTL4 aan Kruiskamp Onderneemt! gekoppeld. “ We hebben Kruiskamp Onderneemt! benaderd vanwege de bijzondere energie en het enthousiaste netwerk dat dit bewonersbedrijf in korte tijd in Kruiskamp heeft weten op te bouwen.”

Gemma van der Heijden is blij met de komst van het tv programma. “We hebben al ontzettend veel gedaan maar het is heel fijn dat we nu de kans krijgen om een aantal klussen die nog niet gedaan waren in twee dagen voor elkaar te krijgen. We zien het ook als een erkenning van ons initiatief en het is natuurlijk leuk om op tv te komen.”

Zaterdag wordt de klusdag afgesloten met een feestelijke ‘opening’, waarbij iedereen die heeft meegewerkt, mee mag genieten van het resultaat onder het genot van een hapje en een drankje.

7 juli 2014 / door / in
De mythe van de ‘eigen kracht ‘ formule

De transities in het sociaal domein zijn verbonden met een nieuwe benadering van participatie, welzijn en zorg. Deze ‘paradigma shift’ valt kort samen te vatten met het begrip ‘eigen kracht’.
De burger die een beroep wil doen op professionele ondersteuning, wordt verondersteld eerst te zoeken naar hulpbronnen in de directe omgeving.
Dat is een helder uitgangspunt. Helaas zit de maatschappelijke werkelijkheid niet zo in mekaar dat deze nieuwe hulpverleningsmantra overal en universeel kan worden toegepast.
En daarmee dreigt een proces van ‘reificatie’.

Reificatie! Wat is dat?
De Dikke van Dalen beschrijft die term als volgt: ‘de gedachte dat een abstract concept over materiële realiteit beschikt’. Kortom een beweging in de hersenen, waarbij iets abstracts tot iets concreets wordt gemaakt en daarmee als ‘werkelijkheid’ gaat werken.
Hallo, bent u daar nog, want nu wordt het pas interessant!
Laten we eens kijken naar de feiten: een half miljoen Nederlanders heeft ernstige problemen waarbij specialistische en meervoudige hulp geïndiceerd is. Deze mensen zijn ziek, zijn niet in staat hun geld te beheren, verwaarlozen hun huis en hun kinderen, lijden aan ernstige psychische stoornissen, zijn drugsverslaafd of maken er sociaal een puinhoop van. En meestal zitten ze met een hardnekkige combinatie van dit bovenstaande problemen. Hierbij gaat het om drie procent van de bevolking, waar ongeveer de helft van het totale ondersteuningsbudget aan wordt besteed. (Bron: Vrij Nederland). De vraag naar wat hun ‘eigen kracht’ is of zou moeten zijn, kan pas in de loop van een hulpverleningstraject gesteld worden en zeker niet aan de start daarvan verondersteld worden.
Zo ook voor de kids die ik tijdens een onderzoek naar jeugdproblematiek tegen kwam.

“Als je voor minder dan een dubbeltje geboren bent…”
Locatie: achterstandswijk in een stad in het noorden van het land
Onderwerp: jeugdonderzoek ten behoeve van innovatie van de plaatselijk jeugdhulpverlening
Opdracht: interviews met kansloze jongeren
Met mijn auto kwam ik ’s avonds de buurt inzeilen, op zoek naar kids voor een interview.
Ze stonden zich met z’n vijven in een rommelige voortuin luidkeels te vervelen en zagen mijn komst als een welkom tijdverdrijf. We gingen naar binnen en kwamen terecht in de chaos van een huiskamer die in geen tijden een stofdoek had gezien. De drie broers en twee vriendjes, in de leeftijd tussen 16 en 23 jaar, namen opgewonden plaats om mij heen. De oudste vriend poneerde zich direct als woordvoerder van het stel, hij stond immers bekend als de ‘buurtinterlectueel’, die overal verstand van had. Dus begon ik het interview met de broertjes, die niet verder gekomen waren dan een onafgemaakte praktijkschool. De jongste broer die vol emotie zat, liep verbaal voortdurend vast. Zijn broers namen het dan over. Het was aandoenlijk deze drie musketiers elkaar te zien steunen in een wereld waarin zij zich buitengesloten voelden. Vijf dagen voor mijn bezoek was het thuis volledig uit de hand gelopen. Een vader was in het gezin niet aanwezig en ma had haar jongste zoon, de kwetsbaarste in het geheel, als zondebok gekozen. Hij kreeg voortdurend verwijten dat hij niets kon, dom was en in de wieg was gelegd om zijn hele leven een sukkel te blijven.
Dan liep bij de zachtmoedige jongen de spanning op. Bij een recente escalatie was hij uit z’n dak gegaan, had een glazen asbak op de grond kapot gegooid en was daar met zijn open handpalm in gaan slaan. Ma had daarop de politie gebeld met de mededeling dat zij zich ernstig bedreigd voelde. Een eerder ‘geweldsincident’ zat nog in de computer, dus ging het protocol ‘gevaarlijk’ in werking, waarbij een arrestatie-eenheid uit de hoofdstad werd opgetrommeld. Negen zwaarbewapende agenten stormden het huis binnen waarop de jongen werd afgevoerd naar het plaatselijk politiebureau waar zijn wonden provisorisch werden verbonden en hij kon afkoelen in een cel.
Ma kreeg het advies voorlopig te verkassen, en was bij een familielid ingetrokken. Onduidelijk was of en wanneer zij zou terugkeren. Nu waren de broers eindelijk de baas in huis en voelden zich verlost van de tirannie van hun moeder. Hoe het verder moest wisten ze ook niet, dat was iets voor de gezinscoach.
“Nee”, verder hadden ze geen contacten, geen werk, geen vriendinnetje en geen bezigheden, met uitzondering van bezoekjes aan een plaatselijk winkelcentrum. De slotvraag naar het toekomstperspectief bleef in mijn mond steken.
Voor hen voelde het echter vooralsnog als een modern sprookje, waarbij de boze heks voorgoed was verdreven.
Met gemengde gevoelens nam ik afscheid. Normaal zie ik wel perspectief, in dit geval zag ik alleen maar verliezers. Want als je voor minder dan een dubbeltje geboren bent…

3 juli 2014 / door / in
Literatuurtips: het wensdenken rond de transities

Wensdenken
Publicist Jos van der Lans schrijft in zijn column in Sociale vraagstukken.nl  : “Een van de grootste problemen van de decentralisaties is dat ze een stevige impuls hebben gegeven tot een virusachtige vorm van wensdenken. Kort en goed komt dat neer op de gedachte dat we de gevolgen van de decentralisaties en de bezuinigingen kunnen trotseren als mensen minder een beroep doen op voorzieningen en meer gebruik maken van de mogelijkheden en krachten die in hun omgeving of – algemener – in de samenleving liggen opgesloten”.
Het doet mij denken aan de introductie van het VMBO die destijds in het kader van de onderwijsvernieuwing met veel trots door Den Haag werd aangekondigd. Wat daarbij opviel was dat er vanuit de hoek van ervaren docenten in het Voortgezet Onderwijs, al snel alarmerende reacties kwamen, waarbij de angst voor kwaliteitsverlies en dreigende organisatorische chaos voorop stonden.
Het was het zoveelste voorbeeld van ambtelijk wensdenken contra een weerbarstige praktijk, waarbij er niet of nauwelijks werd geluisterd naar de mensen op de werkvloer.

Mega operatie
Bij de huidige mega operatie van de transities in het sociaal domein is het echter nu opvallend stil in de hoek van de betrokken instellingen. Bij hen is een wonderlijke combinatie te zien van overlevingsdrift en vernieuwingsdrang. Maar of die goed samengaan?
Het zijn nu eerder De Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Ombudsman, het Centraal Planbureau, de Raad voor Openbaar Bestuur, de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, het College voor de Rechten van de Mens, de Raad voor de financiële verhoudingen die forse kritiek hebben op de voorgenomen decentralisaties in het sociale domein.
In de haast om noodzakelijke bezuinigingen door te voeren en de toenemende versnippering in het domein van participatie en zorg+welzijn een halt toe te roepen, dreigt opnieuw chaos. Daar dreigen de meest marginale groepen de dupe van te worden.

Alarmerende berichten
De komende maanden kunnen we in toenemende mate alarmerende persberichten verwachten, zoals deze:
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/3681050/2014/06/30/Praktijkscholen-kwetsbare-groep-valt-over-de-rand.dhtml

Burgerinitiatieven
Veel hoop is gevestigd op burgerinitiatieven (BI’s). Immers daar waar professionele zorg niet meer betaalbaar of ‘geïndiceerd’ is , zal de burger moeten bijspringen.
Maar juist op het gebied van Zorg en Welzijn zijn aansprekende BI’s nog maar op de vingers van twee handen te tellen, zie deze tekst.

Bedenkingen
Daar komt dan nog een tweede beperking bij. Veel BI’s ontstaan binnen de leef- en werkwereld van de maatschappelijke middenlagen. Daar bevindt zich het kader dat getraind is om gecompliceerde en bureaucratische situaties het hoofd te bieden. De vraag die daarbij gesteld moet worden is of daardoor de afstand tussen kansarm en kansrijk niet eerder wordt vergroot dan verkleind.

Al met al geen literatuurtips om gelukkig van te worden. Gelukkig hebben we het Nederlands elftal nog!

30 juni 2014 / door / in
Grenzeloos vrijwilligerswerk

Hij is dik in de 50.
Kwam uit een door burgeroorlog verscheurd Afrikaans land naar Amersfoort.
Leerde de taal, werkte hard in tal van banen en stond drie jaar geleden ineens op straat.
Dat was geen reden om bij de pakken neer te zitten. Naast het plegen van ritualistische sollicitaties stortte Mo (gefingeerde naam) zich op de dienstverlening. Nieuwkomers uit oostelijk Afrika, Afghanistan, en Irak weten hem te vinden. Uit mijn berekening blijkt dat hij op jaarbasis zo’n 500 mensen met de meest uiteenlopende vragen bedient. Tolken bij de Sociale Dienst, mensen ‘toeleiden’ naar het CWI, mee naar het Meander om de angst van een patiënt voor een operatie te verlichten, opvang regelen voor een dak en thuisloze, het geven van voorlichting over wet en regelgeving. Werk waar een instelling snel zo’n 70.000 euro aan subsidie voor zou calculeren. Mo heeft immers als ambulant dienstverlener een ‘caseload’ die in het maatschappelijk werk niet zou misstaan.

Grenzeloos vrijwilligerswerk
Mo doet echter grenzeloos vrijwilligerswerk en heeft daar een complete dagtaak aan. Tijdens mijn gesprek met hem rinkelt zijn mobieltje voortdurend, tot in de late uren van de avond.
Instellingen zijn blij met Mo als hij op zijn gammele fiets verschijnt. Die waardering vertaalt zich echter niet in de vorm van een financiële tegemoetkoming, afgezien van een gekortwiekte vrijwilligersvergoeding. Mo zit immers in de bijstand, en dan heb je wettelijk gezien recht op de helft van het bedrag dat zonder korting kan oplopen tot 1500 euro op jaarbasis.

Honderdduizende Mo’s
Natuurlijk kun je het werk dat Mo verricht geen vrijwilligerswerk meer noemen. Het is onbetaalde beroepsarbeid en Nederland kent inmiddels honderdduizenden Mo’s.
Het goede nieuws is dat een groot aantal van die Mo’s, op eigen inzet, weer een baan weten te vinden, anders dan door het volgen van een uitgekauwde sollicitatietraining of het overleggen van de verplichte maandelijkse portie sollicitaties.
Het slechte nieuws is dat de systeemwereld van overheid en instellingen dit niet tot zich wil laten doordringen en bureaucratisch blijft volharden in formele regelingen die contraproductief werken.
Ogenschijnlijk met als functie om zichzelf van goed betaald werk te voorzien.
Zo lekken aan de bovenkant van de maatschappij miljarden euro’s weg door ongecontroleerd mismanagement en graaigedrag, terwijl aan de onderkant bijstanders zich opgejaagd wild voelen door neerdrukkende regelgeving en intimiderende controles.
Anno 2014 hoef je geen socialist meer te zijn om dit te schrijven. Het is eerder de algemene weergave van de gesprekken die ik voer met burgers die zich in toenemende zorgen maken over de tweedeling in de samenleving.

Kunst en vliegwerk
Onlangs sprak in een hoge ambtenaar, die zich bezig houdt met gemeentelijke sociaal- economische planning. Hij schetste in zijn G4 stad een opkomende ‘grijze arbeidscultuur’, waarin kansarme minima met kunst en vliegwerk hun (te) lage inkomens weten aan te vullen. Zwart betaalde schoonmaakbaantjes, ruilhandel, ritselwerk en dienstverlening met een gesloten beurs, waren daar voorbeelden van.
En…hij was daar positief over, omdat het zijn stad economisch een impuls gaf, omdat minima financieel substantieel meer te besteden hadden en minder ‘marginaliseerden’.
De gemeente moest dat gaan gedogen, omdat een crisistijd nu eenmaal vraagt om een onconventionele benadering.
Van dat soort mensen wordt ik blij, omdat zij de maatschappelijke kanteling in het sociaal domein consequent durven te benaderen en daarmee een brug slaan tussen de burger en een ‘zorgzame’ overheid.

23 juni 2014 / door / in
Help de burger komt in actie!

Help de burger komt in actie!

Help de burger komt in actie!
Niet langs gestructureerde of langs formele ambtelijke nota’s lopende lijnen, maar informeel, kleinschalig en zeer lokaal in de vorm van talloze burgerinitiatieven (BI’s).
Schattingen van BI’s in Amersfoort variëren van zo’n 150 tot enkele honderden. Niemand die het overzicht heeft. Op de nieuwe website bewoners033.nl voor stedelijke initiatieven hebben zich in ruim twee maanden 60 initiatieven gemeld. En dat is het topje van de ijsberg, hoewel een verwijzing naar een vulkaan die rommelt aan de oppervlakte beter past.
BI’s zijn omgeven door verwarring.

Raadszaal
Dat merkte ik onlangs in de raadszaal van het stadhuis, waar raadsleden zich bogen over de financiering van de transities in het sociaal domein voor de komende jaren.
Waar de subsidiegelden voor zorg+welzijn en participatie verdeeld moeten worden, melden zich tegenwoordig opvallend veel vertegenwoordigers van BI’s als inspreker, om te pleiten voor budgetten die niet alleen exclusief gereserveerd worden voor instellingen, maar ook beschikbaar komen voor initiatieven van de burger die taken van die instellingen in buurt en wijk overneemt.
Dat gebeurt onder meer in de vorm van sociale ondernemingen, buurthulp projecten, een wijkonderneming, en wijkcentra die door bewoners worden gerund. Daarbij is sprake van een bedrijfsvoering. Immers de huur en de vaste lasten moeten betaald worden. In de praktijk gebeurt dat doorgaans zonder een beroep te doen op subsidies van de overheid. Met als gevolg dat dergelijke beginnende initiatieven financieel een wankel bestaan leiden en een onzekere toekomst tegemoet gaan.

Burgerinitiatief of onderneming?
Kortom wat begint als een informeel burgerinitiatief kan doorgroeien naar een sociale firma of bedrijfsvoering, die bij aantoonbaar succes aanspraak maakt op een klein deel van de pot voor zorg+welzijn en participatie, die nu nog exclusief is gereserveerd voor de bestaande instellingen.
Dit simpele gegeven levert de nodige verwarring in de raadszaal: “Is dit nog een burgerinitiatief of is er sprake van een onderneming?”, hoor ik een raadslid vertwijfeld vragen.
Zijn gedachtegang is even rechtlijnig als krom en komt op de volgende neer: bij burgerinitiatieven betreft het vrijwilligerswerk. Dat is geen betaald professioneel werk en behoeft derhalve geen subsidie. Een onderneming is een bedrijf dat zijn eigen broek op moet houden, zonder aanspraak te kunnen maken op overheidsgelden. Ergo waarom zouden we burgerinitiatieven gaan subsidiëren?

Dubbel pakken
De consequentie van deze cirkelredenering betekent dat de burger geacht wordt om taken van door bezuinigingen getroffen instellingen over te nemen, voor het behoud van de leefbaarheid in buurten en wijken en ter voorkoming van een verdere marginalisering van kwetsbare groepen, maar dat dit niets mag kosten.
Als dit de beleidslijn wordt in onze gemeente is er sprake van een proces van het ‘dubbel pakken’ van de burger. Eerst pakken we de basisvoorzieningen af en daarna vragen we burger zich tot buurt en wijkprofessional te ontwikkelen zonder daar een cent voor te willen betalen.
Gelukkig bracht een wijkmanager van de gemeente na afloop van de raadbijeenkomst de nuance aan: “Dat professionele vormen zorg en welzijn niet meer betaalbaar zijn, betekent nog niet dat de burger die een goed en betaalbaar alternatief biedt geen aanspraak zouden mogen maken op overheidsgelden”.

Politieke druk
De komende maanden gaat blijken of de gemeente ernst maakt met de consequenties die verbonden zijn het aan het overheidscredo:”De burger is aan zet”.
Burgerinitiatieven doen er goed aan om met elkaar de dialoog te starten over deze problematiek. Alleen een gemeenschappelijke koers kan immers voldoende politieke druk genereren om van veelbelovende burgerinitiatieven een duurzame succes te maken.
‘De gemeente is aan zet’.

20 juni 2014 / door / in